Kennedymars, 24 april en 25 april 2009

Vrijdagavond om 22.00 uur zouden wij ons verzamelen in de Sporting Delta kantine in Dubbeldam om een Kennedymars te lopen van 80 km.

Met ons bedoel ik Anita de Roo, Frans de Roo, Wim Verwey en Willem Leendertse (Heintje Davids).

Na het inschrijven was het wachten totdat het elf uur werd. Wim en Truus Vermey waren er ook en Frans en Anita ook, dus we waren klaar om de klus te klaren.

Frans liet me een foto zien waarop zijn caravan afgebeeld stond. Ik dacht dat ‘ie een nieuwe had gekocht, maar dat bleek niet zo te zijn. Bij een hellingproef was hij losgeschoten van zijn trekhaak en Frans parkeerde hem netjes in de sloot. Gelukkig hebben ze de caravan kunnen vlottrekken met wat lichte schade. 

Even later op de avond werden we verrast door Marrie Melkert en mijn vrouw Marianne, die kwamen ons uitgeleide doen. Dus ik vertelde dat Frans een nieuwe caravan had gekocht, Frans liet de foto zien en Marianne schoot in de lach, ze zei: je had ook op een andere manier kunnen zeggen dat je een andere caravan wilde. En ik zei onderweg nog of het geen grap was van bananensplit, maar misschien wilde Frans wel weer een vouwwagen. 

Goed wij gingen naar buiten omdat het binnen nogal warm werd.  

Om 22.50 uur begon de marsleider een toespraak waarin sommige deelnemers werden gehuldigd met de 5, 10 enz. Kennedymarsen die ze hadden gelopen. Om 23.00 uur mochten we weg, met 168 deelnemers gingen we op pad naar de eerste rust op 6,7 km op de Zeedijk in Dordrecht. Vandaar gingen we richting Merwelanden, hier wist Frans te vertellen van het mannenbos, ik zei mannenbos? En toen viel het kwartje, wel toevallig dat hij wist van het mannenbos. Zou hij hier ook geweest zijn, dan wordt het uitkijken in Nijmegen als we tijdens het douchen ons zeepje laten vallen.

Maar goed, onderweg kwamen we op de Baanhoek uit waar de tweede wagenpost op 13,8 km stond, hier wat gedronken of een boterham gepakt. We gingen over de brug naar Sliedrecht, hier vandaan liepen we richting Papendrecht waar we de eerste grote rust hadden in het, jawel u leest het goed, Streek- en natuurcentrum. Voor we daar waren liepen we eerst door het Alblasserbos waar Jaap de Veldmuis woont. Wim vroeg onderweg of ik Jaap al had gezien.  

Ja zei ik, hij stond in zijn streepjespyjama buiten, want aan het loopje van mij herkende hij ons en wenste ons nog veel wandelplezier. Op het Streek- en natuurcentrum aangekomen konden we hier onze tassen pakken om het eten en drinken bij te vullen, of om je te verschonen en andere sokken aan te trekken.  

Na deze rust zetten we onze tassen in de vrachtwagen en gingen we op pad richting Alblas-serdam en naar Ridderkerk.

Tussendoor gebeurde van alles, we liepen over bruggen, door het struikgewas, door donkere parken en zo kwamen we weer op de volgende grote rust, waar de tassen weer stonden uitge-stald. Deze mee naar binnen genomen en gauw mijn reflecte-rende jasje uitgetrokken en sweater omgeruid voor een licht jasje, want elk onsje minder bagage is meegenomen. Hier het eerste bakkie koffie gedronken en wat gegeten, want de hele nacht had ik nog geen trek gehad.  

Het was nu licht en onze reflecterende jasjes hadden we nu niet meer nodig, dus konden we gelukkig met daglicht verder.

Hier vandaan was de volgende grote rust 25 km verder, dus de tassen weer in de vrachtwaggel gezet en op pad richting Rotterdam (44 km). Dan naar Barendrecht (50 km), hier een rondje gelopen(57 km). Op deze post had ik net een beker met gele vla gepakt of mijn telefoon ging, Marianne informeerde hoe het ging. Alles ging bijna nog goed, Anita had wat last van de diarree en liep een beetje met buikpijn in de rondte want er was geen mogelijkheid om naar de wc te gaan. Dus een pilletje ingenomen om de boel te stoppen, we konden weer verder. Op de diarree na, ging het nog allemaal voortvarend, er werden nog steeds grappen over en weer gemaakt.

Hier vandaan was het nog 6,3 km naar de grote laatste rust. Toen we hier aankwamen (63,5 km) hoorden we een hoop gejuich en wat bleek: de familie Leendertse, Vermey en Melkert zaten hier op het terras op ons te wachten om ons wat op te beuren van de vermoeienissen van het wandelen en we hadden weer eens een ander praatje.

Dit deed Anita ook weer goed vertelde ze. Hier kwam mijn tas weer tevoorschijn, ik pakte een boterhamdoosje uit de tas met het logo van Feyenoord erop, haalde de deksel eraf en ja hoor, daar lagen ze, vier heerlijke mergpijpjes. Die gingen er met smaak in, tussendoor trokken we ons clubtenue aan want het was nog maar 17,5 km naar het einde.

We hadden afgesproken dat we in kostuum binnen zouden komen. Fred Melkert zei dat we echte clubmensen zijn om in tenue aan te komen.

Na wat gezellig gepraat te hebben en de vouwwagen van Frans nog even de revue laten passeren, waren we weer startklaar om te gaan. Onze fans lieten we achter en ze wensten ons nog veel plezier.  

Van Heerjansdam op weg naar Zwijndrecht (Munnikensteeg) daar was een wagenrust waar we even konden zitten. Op 69,8 km hier vandaan gingen we richting Dordrecht, waar onderaan de brug de laatste wagenrust was en we tuttifrutti kregen (75,1 km).

Hier nog even gerust en maakten we ons op voor de finale van 5,9 km, dus op weg naar Sporting Delta waar het eindpunt was. Onderweg begreep ik van Wim dat er een delegatie van familie, of DDV-ers op ons zaten te wachten.

Nadat wij daar aankwamen en elkaar gefeliciteerd te hebben, gingen we naar binnen en werden opnieuw gefeliciteerd door de familie met het behaalde resultaat.

Achteraf bleek dat Frans voor de 40ste keer de Kennedymars had gelopen (hulde). En Anita voor de 38ste keer, (ook hulde).

20090425 Kennedy Dordrecht 

 Ter ere van deze ‘’jubilarissen’’, een terugblik: het echtpaar de Roo tijdens de Kennedymars van 2008.

 

Ik ging een plaatsje aan tafel zoeken en liep langs een doos waar gaatjes in zaten en met plakband was geprepareerd. Een soort groen tasje stond erop, maar hier verder geen acht op geslagen, nam mijn oudste zus Truus het woord. Ze pakte het groene tasje en vertelde ons dat Jaap Veldmuis zijn groene tas had opgestuurd, met daarin zijn streepjes pyjamajasje plus broekje en zelfs zijn tandenborstel zat erin. Dit was nog niet alles, toen begon men aan de doos te frunniken en ik dacht eerst dat er een echte muis in zat, maar dat kon niet besefte ik, want ik had niets horen rommelen. Dus de doos ging open, er zat zaagsel in de doos. Ik zag muizenkeutels, eten en een soort holletje waar ik in keek en ja hoor, daar was hij, een stenen bruine muis. Ja, je maakt wel eens een dolletje maar je wordt altijd wel weer eens teruggepakt op een leuke manier.

Nou we hebben het teambelang hoog gehouden, we zijn allemaal zonder grote problemen binnen-gekomen en daar gaat het om.

Tot een volgende keer.

Groetjes Willem.